Wachten op het einde

Zondag vierde mijn vader op zijn bed via de kerktelefoon een korte avondmaalsdienst van de kerk waartoe hij behoort mee. Hij was heel betrokken, begreep ik. Ons werd deze dagen steeds duidelijker dat hij rustiger is naarmate er meer tijd één van zijn kinderen bij hem is. Kennelijk voelt hij zich zo veiliger en hij ervaart dan ook minder lichamelijke ongemakken. Toen een broer bij hem was, bad hij heel eenvoudig dit: 'Vader, geef mij de kracht om deze middag door te komen. Niet omdat ik het verdiend heb, maar doe het uit genade.' En tegen mijn broer: 'Ik ben blij dat ik me helemaal aan de Here kan overgeven. En nu maar rustig wachten en zo hoop ik mijn tijd uit te dienen.' En in zijn slaap hoorde mijn broer hem zeggen: 'Je kunt niet dankbaar genoeg zijn als je zo lang samen mag zijn.'

Vandaag zaten Trix en ik bij mijn vader. Toen we binnenkwamen, dacht hij dat hij vergeten was en was hij zelfs bozig. Maar het personeel is juist heel lief en zorgzaam voor hem, alleen: hij vergeet veel van wat er gebeurt bijna direct. Zijn gevoel veranderde gelukkig snel toen we hem probeerden te verwennen met wat lekkers. Maar er is geen energie meer; even op de postoel bleek echt te veel gevraagd. Het is duidelijk dat hij klaar is. Hij wacht tot de Here hem roept en hij verlangt daarnaar. Als hij zich minder voelt, voelt-ie zich gevangen in zijn lichaam dat nog te veel krachten heeft om hem los te laten. 'Ik wacht op het einde', zei hij tegen mij. 'Uw lichaam houdt u nog vast', zei ik. 'Dat is het precies', zei hij.


Pagina geschreven 16-10-2019.