Verlangen

Ooit dichtte ik:
'Het dalend licht gaat spelen,
God komt nabij'.

Het lawaai verstomt en het zingen van de vogels wekt
'in mij een verlangen,
terwijl het licht de aarde kust.'

Vandaag werd ik bepaald bij het verlangen zoals door Rutger Kopland verwoord:
'Naar iets dat voor je uit vlucht
Een verlangen naar een plek maar die is
Nooit waar je bent.'

Ik moet denken aan mijn vriend Antoon. Alweer meer dan een maand geleden is het dat hij na een onontkoombare diagnose besloot dat zijn plek niet meer bij ons kon zijn. Hij koos ervoor niet verder af te takelen en te komen op een plek waar hij niet wilde zijn. Wat overbleef was het ongewisse van de dood. Hij leek naar die plek van de dood te verlangen en rustig gleed hij op het afgesproken uur naar die plek weg. Hij had, alhoewel in een arm katholiek gezin opgegroeid, eigenlijk niets meer met geloof. Ooit betitelde hij geloof als een collectieve waanvoorstelling, alhoewel hij later de nuttige functies van geloven in het leven van tallozen meer ging inzien. Maar voor zichzelf wilde hij er niet aan. Zijn angstniveau, of moet ik zeggen zijn vertrouwen, liet toe dat hij op het laatst kon verlangen naar de rust van het niets. Zijn rustige vastberadenheid doet me vermoeden dat hij in zijn keuze geen ongewisheid ervoer.

De laatste jaren van zijn leven kreeg ik Antoon steeds meer mee binnen de muren van kerken. Niet om geloofsredenen, meer in het kader van proeven van cultuur en voor mezelf ook om nostalgische gevoelens te voeden. Antoon had moeite om in kerken te zijn, meer moeite naarmate daar meer rijkdom te vinden was. Hij zag dan altijd hard werkende huisvaders voor zich van arme gezinnen, die mede door het geld dat door die kerken werd gevraagd ook gedoemd waren arm te blijven. Hij verzuchtte wel eens letterlijk: 'Over de rug van wie?' Meestal was hij, ook later nog, eerder weer buiten dan ik. Hij was duidelijk genoeg geweest over zijn gevoel en wilde er verder niet over praten.

De meeste mensen kunnen niet leven zonder verlangen, zonder dat 'iets' dat ze voor is en voor zal blijven en dat ze niet kunnen pakken. 'Je moet leven met het onmogelijke', lees ik in een andere versie van hetzelfde gedicht van Kopland, dat eigenlijk over het beeldje van een dunne man gaat,
' ... onmogelijk dun.
Hij is al bijna verdwenen in zichzelf, in de plek waar hij is.
Hij staat daar maar hij loopt en hij loopt maar met
Lichte haastigheid – hij wil gaan, voorbijgaan
Naar ergens en hij blijft dat maar willen.
Je begrijpt het niet.'

De mens verlangt en weet niet waarnaar ...

Zijn het niet juist religies die de hunkering aanwakkeren? Maar ook: Juist religies scheppen zich beelden bij het verlangen, proberen het tastbaar te maken. Ik denk aan het nieuwe Jeruzalem, aan de straten van goud. Dat soort beelden doet het nu eenmaal beter dan morele waarden als ruimte en gelijke kansen voor iedereen en eerlijk delen, die ons te zeer confronteren met onze eigen verantwoordelijkheid. We leven met z'n allen op een klein planeetje in een onmetelijk groot heelal, waarin praktisch niets veranderen zal als ons planeetje zou komen te verschroeien en verbranden, waartoe we voortdurende pogingen in het werk stellen. We wanen ons groot, maar we zijn mateloos klein. En we hebben ons een God geschapen die het goede met ons voorheeft, wat voor velen het rentmeesterschap op afstand houdt. En intussen willen we maar door, alsmaar door! Je begrijpt het niet.


- - -

Pagina geschreven 16-9-2022.