Opgeroepen

Vandaag was ik weer bij mijn vader. De weken rijgen zich aaneen. Duidelijk is wel dat de diagnose die hij een paar maanden geleden kreeg niet juist is. Desalniettemin laat zijn energie het steeds meer afweten. Misschien speelt de rustgevende medicatie die hij krijgt daarin ook een rol. Maar hij zegt zelf dat hij geen moeite heeft met zijn slaperigheid. Zijn wereld is nu precies drie maanden niet groter dan zijn bed. Het besef van tijd is hij zelf helemaal kwijt. Maar hij kent en herkent zijn kinderen meestal feilloos en noemt soms zomaar adressen op. Die zijn de ene keer juist, dan weer niet. Hij overziet het verhaal van zijn leven en kent daarin nog veel details, alweer soms correct en soms ook niet. Hij is praktisch geheel afhankelijk geworden van verzorging. En hij is tevreden en voelt zich gezegend.

Als hij wakker is, komt de vraag minstens elke vijf minuten voorbij: 'Welke datum hebben we?' Steevast daarna de verbazing: 'Maar dan zou ik al over de honderd zijn!' Rekenen kan hij nog altijd en goed ook. Daar kan menig scholier in het voorgezet onderwijs, dat hij nooit gehad heeft, een puntje aan zuigen. Toen het even ging over hoe lang hij nu in bed ligt, zei hij ineens: 'Op Gods tijd zal ik opgeroepen worden.' We hadden het even over opgeroepen worden voor militaire dienst. Hij is ooit, waarschijnlijk in 1938, afgekeurd. Ik ken het verhaal. Hij had zich kort tevoren gemeld bij de huisarts met struma. Die keuring was ook ter sprake gekomen. Hij had jodiumhoudende medicatie nodig. Maar de huisarts adviseerde daarmee pas na de keuring te beginnen. Zo werd hij afgekeurd. 'We kunnen je niet gebruiken', hadden ze volgens mijn vader gezegd. Dat strumaverhaal had hij vandaag niet paraat, maar toen ik ermee kwam, herkende hij het wel. Vandaag meende hij eerst dat hij op zijn ogen afgekeurd is. Hetgeen dus niet klopt. Sedert 15 jaar is hij nagenoeg blind, maar in vroeger tijd had hij goede ogen. Toen hij blind geworden was, was hij vooral dankbaar voor de vele jaren dat hij goed had kunnen zien. Ik kwam bij hem terug op dat door God opgeroepen worden. Ineens werd zijn stem krachtig en helder. 'Ik geloof', zei hij, 'dat de Here Jezus de straf voor mijn zonden op zich genomen heeft op Golgotha.' En ik ... Mij sprongen de tranen in de ogen, omdat ik me niets kan voorstellen bij een God die deze man, mijn vader, zou willen straffen.

Pagina geschreven 23-12-2019.