Mijn vader (4)

foto 5-10-2019, mijn vader laat zijn nagels zien die de zuster zal komen knippen

Foto 5-10-2019. Mijn vader laat zijn nagels zien die de zuster zal komen knippen.


Vanmorgen en vanmiddag waren we een poosje bij mijn vader. Deze week voor het eerst heeft hij af en toe moeite te weten wie van zijn (schoon)kinderen hij voor zich heeft. Het kan hem niet terneerdrukken. Blijmoedig was-ie, maar wel weer verder verzwakt. Hij noemt dan toch maar de straatnaam van de straat waarin wij wonen. En later de woonplaatsnamen van alle acht kinderen. Alleen die van Jan, die het vaakst verhuisde, heeft hij standaard mis. Jan's twee laatste woonplaatsen krijgt hij er niet meer in.

Een paar slokjes water door wat hij 'een buisje' noemt, wil hij wel hebben. En natuurlijk een pepermunt. Daar is hij gek op, maar het moeten wel Wilhelmina-pepermunten zijn. Hij doet er een halfuur mee, laat hem langzaam smelten. En een tweede hoeft-ie nooit. Voortdurend vraagt hij naar de tijd en de dag en de datum. Vijf oktober ... Ik zie hem denken en dan komt, zoals al jaren in oktober, het verhaal van zijn moeder, die aan longontsteking op 15 oktober 1932 overleed, 36 jaar oud. Mijn vader was toen 13. En de laatste tijd komt ook het verhaal van zijn oma van vaders kant steeds weer terug. Zij overleed in diezelfde maand, 61 jaar oud. Hij vertelt hoe deze oma voor hem een voorbeeld is geworden wat betreft geloofsvertrouwen. Dan hebben we het dus over 87 jaar geleden ... Een broer van me suggereerde even dat hij misschien steeds naar de datum vraagt om ook op 15 oktober op te stappen uit zijn lichaam. Ik weet het niet. Want hij wil ook alles aan de Here overlaten.

Ik typ in onze groepsapp een berichtje voor de broers en zussen en hun partners. 'Dan mogen ze allemaal weten dat ik een grote pepermunt in de mond heb', zegt-ie en hij lacht breed. En ik typ het braaf in. Hij zingt niet dit keer. Maar hij reciteert heel Psalm 23 onberijmd. Slechts eenmaal moet ik een woordje helpen.

Sommige dingen houdt hij vast: Als wij 's middags binnenkomen, lopen we tegen een verzorgster aan die net op weg is om hem zijn nagels te knippen. 'Dat doe ik straks dan wel', zegt ze. Een poosje later laat hij ineens zijn hand zien en weet dat zijn nagels geknipt zullen worden.

'Overladen met weldaden', 'een leven onder een paraplu van zegeningen' en 'de koning kan het niet beter hebben dan ik.' Het zijn de uitspraken die alsmaar blijven terugkomen. En steeds opnieuw is hij verbaasd als-ie hoort of uitrekent dat hij al 100 is, 'en zoveel dagen' weet hij dan zelfs. Als mijn zus hem later vraagt of hij ook nog wel 101 wil worden, zegt-ie: 'Als ik gezond mag blijven, wil ik dat best.' Maar eerder deze week zei hij mij dat hij dacht dat hij misschien nog één dag zou krijgen of hooguit vier weken, maar dat hij dat maar wilde overlaten aan de Here. Toen mijn zus er was, zette hij het lied van Psalm 23 in en hij zong het helemaal uit. 'De Here is mijn herder ...'

Pagina geschreven 5-10-2019.