Mijn vader, circulaire processen

foto 2-10-2019, mijn broer Jan in gesprek met mijn vader over zijn begrafenis


Ooit was ik kind, de eerste van acht bij mijn ouders. Nu mijn vader in zijn laatste dagen is, word ik me opnieuw bewust van de weerkerende processen in het mensenleven. Ooit was het mijn vader die ons te eten gaf, ook letterlijk, met een lepeltje. Nu was ik het gisteren die behoedzaam met een vorkje een stukje meegebrachte mango naar zijn mond bracht. In de bijbel gaat het hier ook over als Jezus tegen Petrus zegt: 'Toen je jong was, kon je zelf beslissen waar je naartoe ging. Je ging overal heen waar je wilde. Maar als je straks oud bent, zal dat anders zijn.' Ik weet dat het hier om iets en iemand anders gaat dan wat er bij mijn vader speelt. Maar ik heb mijn vaders wereld kleiner zien worden, steeds meer. Zo expansief als hij in de bloei van zijn leven is geweest, zo groot is de teruggang in zijn laatste jaren. Totdat hij nu als het ware gevangen is in zijn bed en leeft als in een dichte mist.

Zo'n vijftien jaar geleden werd hij plotseling nagenoeg blind en moest hij noodgedwongen zijn liefde voor tuinieren opgeven. Nog veel meer in zijn leven eindigde natuurlijk in die dagen. Voor die dag reed hij nog auto, om maar wat te noemen. Mijn vader leefde vanaf die dag in een mist, waarboven hij zich door zijn geestkracht schijnbaar met gemak wist te verheffen. Hij was dankbaar voor de 85 jaren waarin hij wel had kunnen zien. Zo'n vijf jaar geleden kreeg hij een tia en vanaf toen kon hij niet meer zelfstandig wonen en vonden we een plek in een verzorgingshuis. We brachten hem waar hij niet wilde zijn, maar hij legde er zich bij neer omdat wij het allemaal beter voor hem vonden. Naast de visuele mist kwam steeds meer ook de mist in het geheugen. Hij kon de dingen niet meer onthouden, of, zoals dat heet, zijn kortetermijngeheugen ging verloren. Eén segment bleef volledig intact: dat van zijn grote en tegelijk kinderlijke geloof in wat hij 'God' en 'Here' noemt.

Gisteren troffen mijn broer Jan en ik elkaar aan zijn ziekbed. We hebben getweeën in het restaurant van het tehuis gegeten en gesproken over zijn begrafenis. Ik heb mijn broer, die predikant van beroep is, gevraagd om mijn vader te begraven, zoals hij dat ook in 2001 bij onze moeder heeft gedaan. En 's middags hebben we mijn vader gevraagd wat hij zou willen (zie bovenstaande foto). Eerst ging het over de dominees van zijn kerk, maar daarin kon hij, zo leek het, zich niet vinden. Toen zei mijn broer dat we ook nog een dominee in de familie hebben. 'O ja?' reageerde hij, 'wie dan?' 'Die zit hier naast u', zei mijn broer toen. En toen wist mijn vader het weer. 'O ja', zei hij heel helder, 'dan zou ik heel graag willen dat jij het doet.' Over speciale wensen hadden we het nog. Die had hij maar weinig. Maar toch: 'Dat de mensen weten hoe ik altijd met mijn lieve vrouw geleefd heb onder een paraplu van zegeningen. En nog, nog elke dag. De Here heeft altijd goed voor mij gezorgd en dat zal hij blijven doen. Dat geloof ik. En dat de mensen die komen, wordt verteld dat die weg en die paraplu er ook voor hen is, voor allemaal.' En even later: 'Hoe lang ik nog hier heb, weet ik niet. Het kan één dag zijn of vier weken. Het is goed.' Mijn broer vroeg of hij ernaar verlangt. Hij antwoordde met een duidelijk 'Ja'. En toen zette hij in, voor de zoveelste maal in deze dagen: 'Geloofd zij God met diepst ontzag, hij overlaadt ons dag aan dag, met zijne gunstbewijzen ...' Hij zong het hele vers uit en voor mijn beleving zuiverder dan ooit en wij zongen mee. In een paar versregels klonk het me of mijn vader een zuivere tweede stem zong. Maar dat zou verbeelding kunnen zijn.

Eerder is mijn vader door één van zijn kinderen gevraagd of hij niet bang was om te sterven. 'Ben jij bang voor je vader?', was zijn tegenvraag. 'Zo ben ik niet bang voor mijn Vader', was zijn antwoord.


Pagina geschreven 3-10-2019.