Afscheid (2-)

Alweer meer dan vijf weken zijn voorbij sinds het sterven van papa. Ik merk dat zijn overlijden me ook weer bepaalt bij dat van mama. Hoe anders voelde haar heengaan mij, onvergelijkbaar gewoon. De vraag betreffende hun zich gelukkig voelen houdt me bezig. Bij mama's sterven had ik het gevoel nooit een echt gelukkige moeder te hebben gehad. Zo voel ik dat nog. In de voorbije weken of maanden kwam een foto boven water waarop papa en mama samen zo te zien wel gelukkig over het strand lopen. Ik meen dat het Mieke was die reageerde dat ze moest huilen om het zien van dat geluk. Mij verging het net zo. Als mama blij was, kon papa dat ook zijn, zo denk ik erbij.

Noordwijk, juli 1984
Noordwijk, juli 1984


Dezer dagen scande ik een oude foto van augustus 1944, veertig jaar eerder dus, waarop papa en mama voor mijn gevoel allebei gelukkig zijn. Door hem wat groter en wat lichter op het scherm te zien viel me hun beider stralende uiterlijk erg op, iets wat ik op de foto zelf nooit had gezien. De foto maakte me helemaal warm.

Bijschrift in fotoalbum: 'Samen ter bruiloft, aug. 1944. Wat een haast.'
Bijschrift in fotoalbum: 'Samen ter bruiloft, aug. 1944.
Wat een haast.'


Zo had het veel meer mogen zijn, zoals op deze foto. Gelukkig met elkaar en ieder gelukkig met zichzelf. Daar ontbrak het te veel aan. Dat maakt me verdrietig. 'Eén alleen is maar verdrietig,' luidt het bijschrift bij een portret van mama in haar fotoalbum dat begint voor hun huwelijk, 'daarom ...' Dan volgen foto's van de verlovingsdag 18 mei 1944, bijschrift: 'Een groote dag, verloofd, Hemelvaartsdag.' Bij een foto waarop ze samen staan: 'Samen op een prentje, gauw aan een endje? Niks hoor!' En dan de foto's van 'De groote dag', de trouwdag. 'Weet je wat je doet?', staat er bij de foto van het vertrek van het ouderlijk huis. 'Je kunt nog terug. Ik denk er niet over.' En bij de foto's waarop bruidegom en bruid hun handtekeningen zetten: 'Het vonnis persoonlijk ondertekend.' Waar mama tekent: 'O, wat trilt je hand.' Bij de volgende foto's: 'Ze hebben elkaar.' 'Grote vreugde', staat er bij het geboortekaartje van mij, als oudste. De kaartjes nummer drie en vier staan naast elkaar op één pagina. 'Haastige spoed is zelden goed', staat erboven. 'Maar hier is dan zo'n zeldzaam geval.' Vier kinderen prijken op een volgende foto, genomen ca. 1952: 'Onze trots na zes jaar huwelijkstrouw.'

Papa heeft mama altijd gevolgd. Zij was degene die plannen maakte, zij had de idealen. Aan de andere kant was vooral zij ook degene aan wie het leven zich voltrok. Was ze aan een huwelijk toe toen ze trouwde? Was ze aan kinderen, aan een zoon, toe toen die zich aandiende? Altijd zie ik haar valse start voor me, zonder vader, omdat die verongelukte toen haar moeder zwanger van haar was. Wat betekent dat voor een ongeboren en voor een geboren kind? Hoezeer kan zo'n verlies en zo'n gemis het verdere leven bepalen! Daaraan denk ik als ik haar zie in haar initiatiefname en haar expansiedrang, waarin ze papa en later ook de kinderen mee zoog. Papa volgde. Maar was dat omdat hij het met haar eens was, of omdat hij niet de ruimte voelde voor een ander pad? Ik herinner me een avond bij mij thuis met een naar mij toe volstrekt onredelijke moeder en een vader die niet bij machte was het ook maar een klein beetje voor zijn zoon en schoondochter op te nemen. Wat een machteloze woede liet dat in mij achter! En als dat nu een incident was geweest ... maar dat was het niet.

Als ik afscheid neem, moet ik in het reine komen met een moeder voor wie ik niet degene kon worden die zij wilde dat ik zijn zou en met een vader die niet kon kiezen tegen haar en voor mij, ook al was het maar voor een één keer. Hij was niet tegen haar opgewassen en koos haar weg, ook omdat die voor hemzelf het veiligst was. Vooral in het geloof kon ik niet zijn of worden wat mama wilde. En ook mijn werk was iets, waar zij altijd op tegen is geweest. Nu ook papa er niet meer is, merk ik dat ik zijn leven lang heb gehoopt op zijn expliciete erkenning, die immers altijd nog zou kunnen komen? De laatste jaren heb ik wel geprobeerd voorzichtig het gesprek in die richting te trekken, maar, alhoewel na mama's sterven de veroordeling voorbij was, heb ik nooit ruimte bij hem gevoeld om ook maar kennis te kunnen nemen van mijn gevoelens over mijn jeugd, noch van mijn geloofsbeelden. Ik bewonderde papa's geloof en ik kon daar jaloers op zijn, maar voelde me tegelijk buitengesloten. Het gemis ligt in het verlengde van het verlangen dat ik bij mama haar leven lang heb gehad om ooit te kunnen praten over mijn gevoelens naar haar toe, mijn verlangen naar erkenning en mijn angst voor miskenning. Zoals ze mij zag, deed me verdriet. Ik wilde haar begrijpen, haar verhaal kennen, beseffen waar haar moeite met mij vandaan kwam. Natuurlijk zijn er gaande mijn jonge jaren problemen geweest, ernstige zelfs. Dat is niet ongewoon. Ik had graag opener geweest daarover. Ik heb over zo'n gesprek gedroomd. Mama en ik zaten in die droom in een VW-kever, stonden stil in een bos en we hadden ruimte voor elkaar, over en weer. Het was goed. Door mama's plotselinge sterven was de confrontatie met dat zo'n gesprek dus niet meer kon komen harder dan hij bij papa was. Papa had in mijn beleving minder ruimte voor reflectie dan mama. En hij nam heel langzaam afscheid. En ik gunde hem van harte om op zijn wijze op te gaan in zijn eigen geloofsbeeld en in zijn verheerlijking van mama. Ik heb wel eens met hem proberen te praten over de moeiten die ook hij met haar heeft gehad, maar op dat punt was hij niet bepaald toegankelijk. Zijn beeld stond gewoon!

Het afscheid nemen van mijn diepgewortelde verlangens zal tijd nemen. Meer tijd. En dat is goed. Ik zal meer zelf mijn eigen moeder en mijn eigen vader moeten worden. Maar ik wil niet doen alsof dit er niet is. Voor mama en voor papa stond het geloofsbeeld vast, kon niet aan kritiek onderhevig zijn en dat heb ik ze gegund. Ik meende langzaamaan dan ook mijn geloofsbeleving beter voor me te kunnen houden. Nu heb ik het gevoel hun geloof te kennen en mijn geloof niet te hebben kunnen delen. Niet dat wie dan ook zou moeten zijn zoals ik ben, zou moeten geloven zoals ik geloof, daar gaat het niet om. Het gevoel gekend te zijn, serieus genomen, dat is wat ontbreekt. En vooral van mijn ouders heb ik dat gewenst. Het voelt alsof wat in hen was, voor hen meer was dan wat bij mij hoort. En ik weet dat het niet zo is. Het was slechts anders, maar gelijkwaardig. Voor beide had plaats moeten zijn.

Pagina geschreven 27-2-2020, verborgen geplaatst.