De agenda is leeg

28-10-2019

Op een maand na vijf jaar is mijn vader nu in het verzorgingshuis, eerst vier jaar op de verzorg- en sedert tien maanden op de verpleegafdeling. Op de verzuchting 'Waar blijft de tijd' reageerde hij onlangs nog heel nuchter met: 'In de eeuwigheid.' Hij heeft gelijk. Voor de vijfde keer zie ik de Amerikaanse eik bij de toegang tot het tehuis in prachtige herfsttooi, als teken van de cyclus van alle leven.

Alhoewel het zich vijf weken geleden liet aanzien dat hij in zijn laatste dagen was gekomen - hij werd geel en kreeg na beperkt onderzoek de diagnose kanker aan de alvleesklierkop - is hij er nog steeds. En laat hij zich ook nog horen. De laatste weken is hij minder ziek geworden en minder geel en zagen we zijn eetlust toenemen. Toch kiest hij ervoor geen pogingen meer te doen uit bed te komen en te revalideren, zo dat nog mocht kunnen. Vandaag nog besprak ik die optie opnieuw met hem. Over de fysiotherapeut en over proberen weer in de stoel te komen. Maar hij is duidelijk, consistent duidelijk: zijn leven is klaar en hij wacht erop uit zijn lichaam bevrijd te worden. Zijn in bed blijven betekent wel dat zijn krachten steeds verder afnemen, lichamelijk dan. Vandaag aan zijn bed zittend terwijl hij sliep, merkte ik hoezeer zijn ademhaling in een cyclus afneemt en stopt, om na ogenblikken zich langzaam te hernemen. Cheyne Stokes wordt dat genoemd. Het is bekend bij stervenden.

Hij slaapt bij tijden veel, maar kan ook zomaar weer heel wakker zijn en de namen van zijn broers en zussen en van z'n kinderen en partners repeteren. Vandaag zette hij ook spontaan weer een geloofslied in. En al kwamen de woorden niet altijd goed uit zijn geheugen, gemeend was het des te meer. Eerder al verbaasde hij zich over dat hij te weinig lucht had om lang door te zingen. Vandaag, toen hij even meende dat ik wel genoeg steun zou kunnen bieden zodat hij naar de wc zou kunnen lopen, verbaasde hij zich over mijn overtuiging dat zijn benen hem niet meer zullen dragen. 'Dat heb ik nog nooit gehad', concludeerde hij.

Een voorbeeld van overgave is-ie tegelijkertijd. Tegen een zus zei hij dezer dagen: 'Het maakt mij niet uit wanneer ik doodga. Of het over een dag is, een jaar, of twee jaar, ik heb het hier goed.' En dan komt hij natuurlijk ook weer met 'de paraplu van zegeningen', waaronder hij zich meestal voelt. De groeten, altijd moet hij de groeten hebben van deze en gene. Hij weet meteen om wie het gaat, of hij zorgt dat hij het te weten komt door uit te vragen. Twee vroegere buurmeisjes lieten via via de groeten doen. 'Ja', zegt-ie dan, 'ja' en je ziet dat hij, alhoewel hij blind is, nog beelden voor zich ziet.

Langzaam zien we hem wegglijden. Als zijn geheugen hem in de steek laat en er lichamelijk ongemakken zijn is-ie soms even niet te spreken, maar lang duurt dat niet en toen ik er vandaag wat later op terugkwam, geloofde hij gewoon niet dat dat er ook was geweest. Gebrek aan geheugen kan soms ook een zegen zijn.

Vanavond kwam een broer binnen en schrok hij wakker. Hij vroeg wat mijn broer midden in de nacht kwam doen en hij vertelde dat-ie na het brood eten maar vast naar bed was gegaan en gelijk was ingeslapen. 'Het maakt ook niet uit', vond hij vervolgens, 'omdat ik geen enkele afspraak verzuim. De agenda is leeg.'

Pagina geschreven 28-10-2019.