Pagina in bewerking ...

Ik startte deze pagina als verzamelpagina voor op Facebook te plaatsen korte stukjes vanuit mijn herinnering en mijn (geloofs)beleving. Al snel werd duidelijk dat mijn schrijven over geloofsbeleving door sommige christenen, ook binnen mijn eigen familie, als kwetsend wordt ervaren. Omdat het niet mijn bedoeling is te kwetsen, besloot ik de stukjes hieronder met een streepje voor de titel niet op Facebook te plaatsen.

Oefening BB

Ooit zag ik mijn vader vallen. Hij was bij de BB en ik keek als kind toe bij een oefening. Ik zie een flatje in aanbouw en steigers en hoe mijn vader zijn hoofd stoot en naar beneden valt. Aan de buitenkant grijpt hij zich met één hand vast aan een steigerdeel en weet zichzelf in veiligheid te brengen. Daarvoor is hij ook bij de BB, dacht ik, dat leert hij daar allemaal.

Fluittoon

Mijn vader werkte op de sigarenfabriek. Er weerklonk door de hele wijk een luide fluittoon als de lunchtijd begon. Hij kwam dan altijd naar huis, lopend. Ik ging hem vaak tegemoet en wachtte dan aan de overkant van de straat tot hij kwam.

Blauwhuilen

Soms gingen mijn zusje en mijn broertje mee om onze vader af te halen bij de fabriek. Mijn broertje huilde soms heftig als hij zich bezeerde. 'Blauwhuilen' noemden we dat. Hij kreeg geen adem totdat hij bewusteloos was. Dan begon hij weer te ademen en stond gewoon weer op. Veel later leerde ik dat het om 'breath holding spells' ging. Dat gebeurde bij mijn broertje soms ook op straat. Mensen wilden dan van alles doen, maar wij wisten: niets doen en wachten. Dat zeiden we tegen die mensen.

Viskraam

Er stond een viskraam bij de hoek Kerkewijk-Patrimoniumlaan. Daar stonden vaak mannen die een harinkje in hun keel lieten zakken. Misschien geheugenverkleuring, maar ik herinner me dat mijn vader dat daar ooit ook zo deed.

Zaal

Het was met Sinterklaas. Ik mocht de zaal zien waar mijn vader zat te werken, sigaren maken. Het was heel groot en er waren pilaren, waarvan ik later begreep dat die het gebouw moesten dragen. Zwarte Pieten klommen behendig aan die pilaren omhoog.

Op alfabet

Als sigarenmaker was mijn vader één van velen. Hij heeft wel eens verteld dat ze op rijen zaten op alfabet van achternaam. En dat er één collega was die elke vrijdagmiddag begon te zingen en dat ze dan allemaal meezongen.

Paard en wagen

Mijn vader kon met werkpaarden omgaan. Dat had hij in zich en een broer was boer, waar hij wel eens hielp in de hooitijd. De sigarenfabriek had twee vestigingen op een kleine kilometer afstand van elkaar. Een paard met gesloten grote wagen transporteerde de hele dag door sigaren van de ene naar de andere fabriek. In later tijd leverde dat nogal eens vertraging op voor het overige verkeer. Mijn vader was invaller voor de vaste 'koetsier'. Ik zag hem soms langskomen.

Vakantie

De eerste tijd werkte mijn vader ook op zaterdagmorgen, een zesdaagse werkweek. Dat was in de naoorlogse tijd gewoon zo. Ik herinner me dat hij voor 't eerst vakantie kreeg. Mijn moeder benadrukte hoe bijzonder het was: een hele week vrij en toch betaald worden.

Mijn vader kon alles

Mijn vader kon alles. Hij maakte betonplaten en -palen en bouwde daarvan een kippenhok. Hij timmerde een slee voor ons. Als de stop doorsloeg - we hadden er maar één waar we woonden - trok hij een dun draadje dat hij uit een oud snoer pulkte door de stop heen en soms ook buiten langs de stop, schroefde die voorzichtig weer in en het licht brandde weer!

Eén lamp

We hadden maar één lamp in de woonkamer, boven de tafel die in het midden stond. De lampenkap was groot. Er moest een lamp in van 150 Watt. Ging die stuk, dan haalden we een nieuwe bij de elektrozaak een huis of vijf verderop in de straat. Ooit toen een lamp het al te snel begaf, vroegen we om garantie. Hoe dat afliep, weet ik niet meer.

Zeilbootje

Omdat elektriciteit en verlichting mij boeiden, was het met vaderdag of mijn vaders verjaardag dat ik een tweede lampje voor de woonkamer kocht, een houten klompje met een opbouw van stof in de vorm van een zeilbootje. Het lampje kwam op de schoorsteenmantel en via een boven de deur langs gespijkerd verlengsnoer kon het branden.

Fietsenlampje

Ik had een tante waar ze op de wc een zwakstroomlampje hadden. Ik vond het mooi: dat fietslampje en die schakelaar. Ik ging er extra voor naar de wc. Wij hadden nog geen licht op de wc. De wc, zonder doorspoeler nog, loosde op een put met een betonnen deksel in de tuin. Om de zoveel tijd kwamen mannen die put leegscheppen.

Petroleumstel

Bij een renovatie door de woningbouw kregen we een echte wc, met waterspoeling. Er kwam toen ook een lamp in de wc. En 's winters als het hard vroor moest er vanaf dan een petroleumstel in de wc branden tegen bevriezing.

Boiler

Toen kregen we een boiler in de keuken, een voorraadvat met 50 liter heet water. Het water werd verwarmd op nachtstroom en het was te snel op. We mochten het alleen gebruiken als het echt nodig was. Een douche hadden we voor die tijd nog niet. Als kinderen gingen we op zaterdagmiddag in de teil, in de winter in de woonkamer en in de zomer buiten. 's Winters kwam het warme water uit de ketel die je in de kachel kon laten zakken. Of het tegelijk met de boiler was dat ook het lavet z'n intrede deed, herinner ik me niet precies. Zeker, mijn moeder was 'bij de tijd'. Serieus!

Kamertje op zolder

Mijn vader timmerde een kamertje op zolder, voor mij. Een neef die later elektricien zou worden legde de stroom aan, een snoerverbinding vanuit een ijzeren verdeeldoos in de slaapkamer onder de houten zoldervloer. Hoe het gebeurde, weet ik niet meer, maar de stroom in huis was weg. Een kapotte hoofdzekering.

Paplepel

Het geloof werd me met de paplepel ingegeven. Op dat kamertje heb ik heel wat gebeden. En Psalmen gezongen. En in de bijbel gelezen. Ik had er een eigen plek en dat was belangrijk voor me.

Heilige Geest

Ik was me ervan bewust zondig te zijn en niet te deugen. Ik was bang voor de hel. Eén zonde kon nooit vergeven worden: de zonde tegen de Heilige Geest. Niemand heeft me ooit kunnen uitleggen wat je moest doen, dat dan niet vergeven kon worden. Dat bleef een beangstigend mysterie.

Prekenboekjes

Mijn vader was ouderling of diaken en ik bracht prekenboekjes voor hem weg, naar bejaarden en zieken die niet in de kerk konden komen. Zo zouden ze op zondag zelf een preek kunnen lezen. In de kast in de voorkamer lag een dikke stapel van die boekjes. Of en hoe we ervoor zorgden dat ieder steeds een andere preek kreeg, weet ik niet meer.

Balpen

Mijn vader had een balpen. Zo had hij geen inkt nodig om te kunnen schrijven. De balpen deed het altijd. En heel soms had hij een nieuwe vulling nodig. Die haalden we op de markt.

Slachten

Naast kippen en kuikens hield mijn vader in zijn tuin van ons rijtjeshuis soms ook een geit of een varken. Kippen slachtte hij zelf, ik denk als ze geen eieren meer gaven. Ik heb heel wat kippen geslacht zien worden. Ik herinner me dat voor het slachten van een geit hulp werd ingeroepen, ik weet niet meer van wie. Toen dat ging gebeuren, zorgde mijn moeder dat ze niet thuis was. Ik denk dat ik er wel bij was, want ik zie bloed vloeien. Ik denk dat ik 't verder verdrongen heb.

Nee zeggen

In nee zeggen was mijn vader niet goed. Hij werkte fulltime, zorgde in eigen tuin en nog een extra tuin voor groenten voor het gezin, was ouderling, zat in het schoolbestuur, was bij de BB en zei geen nee als hem op de boerderij van zijn broer gevraagd werd in te springen. Ooit, toen de straat open lag, ik denk voor het aanleggen van riolering, was hij ook degene die bij het donker worden stormlampen plaatste bij de obstakels.

Filosoferen

Mijn vader deed fabriekswerk. Hij maakte sigaren. Of hij daar plezier in had? Hij was niet de man om zich dat af te vragen. Wat gedaan moest worden, deed hij. Ooit heb ik hem horen filosoferen over een sigaar die hij gemaakt had: over de weg die zo'n sigaar ging en over hoe uiteindelijk iemand vreugde beleefde aan het roken van die sigaar. Zulke gedachten waren hem arbeidsvreugde genoeg.

Het werk onzer handen

Mijn broertje trok in de tuin meer met mijn vader op dan ik. Ik heb hem horen vertellen over hoe ze gezaaid hadden en onder een boom schuilden voor de regen. En over hoe mijn vader daar de Here bad om het werk te zegenen.

Huisvrouw

Mijn moeder was huisvrouw. Die zijn er tegenwoordig bijna niet meer. Het betekende dat ze doorgaans thuis was, bezig met de huishouding, kleding repareren, de was en eten koken. Ooit toen ik - dromer die ik was - in de speelpauze kennelijk meende dat het etenstijd was en thuis aankwam, was ze er. Gewoon.

Deurbel

De deurbel werd in die tijd meer gebruikt dan nu. De melkboer kwam elke dag, met de bakfiets. Mijn moeder ging met een pan in de hand de straat op, waar de melk met een melkmaat uit de melkbus in de pan werd gegoten. De bakker kwam aan de deur. De chef van de plaatselijke Albert Heijn kwam op dinsdag het boodschappenboekje ophalen en op donderdag bracht hij met de mandfiets de boodschappen aan huis. Er werd ter plekke afgerekend. Zo ook de meteropnemer die maandelijks langs kwam. Ik weet niet meer of de stadsgasmeter - gas kwam van de gasfabriek - en de elektriciteitsmeter onder dezelfde functionaris vielen. Waarschijnlijk niet.

Supermarkt

Van het woord supermarkt had ik nog nooit gehoord. We hadden naast Albert Heijn nog Simon de Wit en De Gruyter. Een kleinere was de ViVo, de Vrijwillige Inkoop- en Verkoop Organisatie. Het waren allemaal winkels met een toonbank. Als je aan de beurt was, zei je wat je wilde kopen en werd dat voor je uit het schap gehaald. Suiker, zout, koffie en dat soort zaken werden voor je afgewogen en in een papieren zak verpakt. Je strooppot werd ter plekke bijgevuld, net als flessen voor verschillende vloeistoffen. Voorverpakt snoep bestond nog niet. En veelal werd met potlood uitgerekend wat je alles bij elkaar moest betalen. Bij Albert Heijn deed de chef dat, als hij niet op pad was met de mandfiets. Ooit werd ik op een Oudejaarsdag door een agent staande gehouden omdat ik bij Albert Heijn al op de stoep op de fiets stapte. Dat was verboden en een volgende keer zou ik zeker bekeurd worden, zo werd me te verstaan gegeven.

Combi

Toen kwam er soort warenhuis. Dat heette 'Combi', als mijn geheugen me niet bedriegt. Ik was in die tijd in de weer met zwakstroomlampjes en -belletjes en legde in ons huis van alles daarmee aan. Toen was er een lampje stuk en ik stal bij de Combi een nieuwe. Zo spaarde ik, ik meen, 15 cent uit. Ik heb herinnering aan nog een paar van die momenten in mijn latere leven, momenten waarop ik dingen deed die niet deugden. Het zijn achteraf gezien belangrijke momenten voor me, want ze leerden me het kwaad kennen en daarmee de diepere zin van het goede. Ze hielpen me mijn positie te bepalen, zodat ik begon te weten wat mijn echte keuzes zijn op het continuüm kwaad en goed.

Dief in de nacht

Dat mensen slecht zijn werd ons van jongs af aan ingepeperd. Dat we de hel verdienen. En dat er alleen redding is doordat een niet slechte jonge man zich voor ons aan een kruis heeft laten slaan. We moesten ons bekeren voordat het te laat zou zijn. En dat moment zou komen als een dief in de nacht.

Bekeren

Wat was dat toch, je bekeren? Het werd wel uitgelegd als een je omkeren, in plaats van van God af naar God toe gaan leven. Een nieuw hartje krijgen, heette het ook wel. Op één of andere manier zag ik een kippenhartje voor me. Dat kende ik.

Goede God?

In brede lagen van het christendom spreekt men in onze tijd van 'de goede God'. Misschien is dat te rijmen met het Nieuwe Testament, wat betreft het Oude Testament klopt het mijns inziens niet. Alhoewel, een boze God die zijn eigen zoon laat doodmartelen uit liefde voor de mensheid: dat is toch bedenkelijk. Het lijkt me een theologische constructie.

Bregman

Rutger Bregman beschrijft hoe de meeste mensen van nature geneigd zijn het goede te doen, vooral als andere mensen in gevaar zijn. Hoe het vooral sensatiezucht (of angst?) is om alleen dat wat er ondanks veel goeds verkeerd gaat uit te vergroten. Daar zijn nogal wat media goed in. Gaat het nieuws niet vooral over uitzonderingen?

Verder weg

En toch zijn we niet goed. Wel naar mensen om ons heen, maar niet als het verder weg is. Om gelukszoekers uit andere continenten tegen te houden bouwen we muren zodat we niet met hun ongeluk geconfronteerd worden. Of we sturen ze gewoon terug de zee op. Dat besteden we uit en daar betalen we goed voor. We hebben een (politieke) organisatiestructuur die helpt om ons niet persoonlijk verantwoordelijk te hoeven voelen. Omdat we dat niet aan zouden kunnen.

Eerlijk delen

Een wereld van eerlijk delen, geven naar vermogen en ontvangen naar behoefte, zou dat mogelijk zijn? Sommige christenen hebben de moed opgegeven en menen dat ze moeten wachten op de wederkomst van Jezus van Nazareth. Ik herinner me vooral dat deze jonge man de mensheid een paar opdrachten gaf. Die gingen over liefde, weet ik.

Facebook

In mijn schrijfseltjes vanuit mijn herinneringen komen geregeld ook mijn ideeën over het geloof waarin in ben opgegroeid naar voren. Uit reacties krijg ik het gevoel daarmee sommigen te kwetsen. Dat is mijn bedoeling niet. Ik wil ieder van wie de geloofsweg anders is dan die van mij respecteren. Ik denk daarom dat het beter is er over dat stuk van mezelf op Facebook het zwijgen toe te doen. Over God kun je alles zeggen, maar misschien is het beter te zwijgen.

- Zwijgen

Het is bij mij een diepgeworteld oud gevoel: wat ik vind, deugt niet. Ik weet heel goed dat dat voortkomt uit de relatie tussen mij en mijn moeder. Dat oude gevoel komt gemakkelijk weer naar boven als me dingen verweten worden. En zeker als de verwijten te maken hebben met mijn geloofservaring. Volgens mijn moeder deugde er niets aan mijn geloof. Op mijn vijftigste verjaardag nog waarschuwde ze me om niet met een ingebeelde hemel ter helle te varen, in precies die woorden.

- Zwijgen (2)

Ik ben godsdienstig opgevoed, erg godsdienstig. Ik heb het geloof zoals de kerk leerde serieus genomen, erg serieus. Tot dat geloof langdurig niet meer overeenkwam met mijn eigen levenservaring. Toen, vanaf mijn eenentwintigste ongeveer, begon ik me af te vragen of die waarheid, die ik niet meer als zodanig ervaren kon, wel de echte waarheid was. Wat heb ik jarenlang gezocht, gelezen en gebeden. (En nog ...) Totdat ik begon te begrijpen dat bidden om te ontvangen niet werkt en het gebed voor mij niet anders meer kon zijn dan een uitstorten van mezelf voor het grotere Al. Dat mag je van mij ook God noemen. Ik merkte dat er veelal helemaal geen woorden nodig zijn om me daar leeg te maken en herinnerde me Jezus' uitspraak: Laten uw woorden weinig zijn.

- Zwijgen (3)

Christenen zijn soms lichtgeraakt als mijn geloof niet overeenkomt met dat van hen. 'Ik heb geen interesse in wat jij gelooft', is mij door een serieus christen en nauwe relatie te verstaan gegeven. Ik heb al heel veel gezwegen over mijn geloofsbeleving, terwijl dat voor mij misschien wel het belangrijkste in mijn leven is. En ik ben gelukkig in staat gebleven de beleving en de verhalen van christenrelaties aan te horen en te respecteren, ook als mijn beleving geheel anders is. Toen ik aan mijn stukjes op Facebook begon leefde even het idee dat ook mijn verhaal en beleving gehoord mag worden. Maar daarmee kwetsen wil ik toch niet.

- Zwijgen (4)

In de negentiger jaren was ik actief betrokken bij een oecumenische gemeente in de wijk waarin ik woon. Die gemeente leek open te staan om zich te ontwikkelen over de muren van het christendom heen. Helaas involueerde dat proces wat jaren later en toen heb ik me daar ook teruggetrokken. Ik heb daar voor het kerkblad zowel geschreven als geïnterviewd. Behoudende leden lieten mij in die eerste jaren al wel in niet mis te verstane bewoordingen weten dat mijn schrijfsels niet op prijs werden gesteld. Maar velen gaven ook aan ze juist wel op prijs te stellen en vanaf de kansel is in die tijd af en toe uit mijn stukken in positieve zin geciteerd. Kennelijk waren de behoudende krachten uiteindelijk het sterkst, wat ik erg betreurd heb.

- Opdracht?

Dan hoor ik vanaf de kansel bidden om barmhartigheid voor hen die tussen wal en schip geraken. Voor vluchtelingen die nergens terecht kunnen. Dat wringt in me. We zeggen tegen Jezus van Nazareth: 'Doe het zelf!'

Derde wereld

Sommige arbeidsprocessen hebben we uitbesteed aan mensen in de derde wereld. Goedkope arbeidskrachten zijn ons welkom. Of we de in deze processen gelegen kansen om voor de armen daar een betere wereld te creëren optimaal benutten, betwijfel ik nogal eens. Ik weet dat ons nieuws vooral de schaduwen uitvergroot en ik hoop dat in de mediastilte hieromtrent armen en kinderen toch een beter leven zullen krijgen door het werk dat we hen laten doen.

- Paradijs

In de bijbelse geschiedenis kennen we het paradijs, de plek die God aan de mensen gaf. Daar vond de zondeval plaats, het niet gehoorzamen aan het goddelijke bevel. De mens negeerde daar het ene verbod dat God gegeven had, namelijk om van een bepaalde mooie vruchtboom te eten. Volgens christelijke traditie zou daarmee het kwaad in de wereld gekomen zijn.

- Verbod

Laat een kind in een speelkamer alleen en verbied het om één bepaald kastje of laatje met speelgoed te openen. Voor de meeste kinderen zal dit een duivels dilemma blijken te zijn. Plaats de mens in een paradijs en verbied te eten van de mooie vrucht van één bepaalde boom ...

- Appel

Het verhaal wil dat de mens zag dat die vrucht goed was en er toch van at. Daarmee had zij een persoonlijke daad gesteld - een keuze - en was een individu geworden, ineens voluit mens! In mijn visie werd op dat moment een soort robot tot mens en dat misschien bovendien volgens goddelijke planning. Het bijbelverhaal wil dat de mens zag naakt te zijn en zich bedekte met bladeren. De menselijke seksualiteit was geboren. Of ... had hiermee het kwaad zijn intrede in de wereld gedaan?

- Theologie

De christelijke theologie wil dat de mens slecht is, geneigd tot kwaad. Maar alles wat tot stand wordt gebracht en zich ontwikkelt doet dat op basis van de spanningsbron die goed en kwaad verbindt. Zonder het kwade kan het goede niet bestaan en andersom.

- Mammon

Wat is kwaad eigenlijk? Ik denk dat het vaak samenhangt met met geld. Met hang naar bezit, geldzucht om preciezer te zijn. Geld maakt zomaar dat we de ander alleen maar zien als portemonnee. Onze op economie gebaseerde maatschappij stimuleert dat ook nog. Gebrek aan liefde doet de rest. Kwaad is ook het uitoefenen van macht die een ander tekortdoet. Daaronder valt ook het niet willen zien of het negeren van een ander.

Verlangen

Haat is dikwijls onbeantwoord verlangen, denk ik. Ieder mens verlangt gezien en gewaardeerd te worden. Waar liefde de ander dat geeft, houdt haat juist dat achter. Haat kleineert en probeert te elimineren. Waar liefde altijd twee partijen naar een hoger plan tilt, drukt haat ze allebei juist neer.

Ziekenauto

Er was een ziekenauto. Als die nodig was, reed hij voor bij de boekwinkel in de straat waar ik woonde. De boekhandelaar trok dan zwijgend een witte jas aan en stapte in. Ik heb dat een paar keer zien gebeuren. Gekerm van sirenes kenden we nog niet.

Bruinhorst

We hadden niet alleen Albert Heijn, Simon de Wit en De Gruyter. Ook op straatniveau waren er kruidenierswinkeltjes, vaak als het ware in de voorkamer van een gewoon woonhuis. Kort om de hoek hadden wij Bruinhorst. Ik kwam daar met mijn zaterdagse stuiver snoepgeld, alhoewel ik soms een straat verder ging. In die andere winkel verkochten ze ook koekjes en voor een stuiver kreeg je een puntzak vol kapotte koekjes. Als ik me dat goed herinner was meneer Bruinhorst blind, maar wist hij toch alles op de tast te vinden. Bij het afwegen moest je zeggen wanneer hij 'er was'. In zijn winkel stond op een hete zomerdag een ventilator te blazen. Dat vond ik heerlijk koel.

Exota

Al die frisdranken van nu kenden we nog niet. Volgens mij was er wel Coca Cola, maar dat was ongezond. Ik herinner me dat er Sisi op de markt kwam, een priklimonade met sinaasappelsap en niet ongezond. Dat was een hele vooruitgang. Misschien heeft mijn moeder ooit een keer een fles ervan gekocht. Ik kan me het prikkelen op de tong goed herinneren. Later, toen we eenmaal per jaar met de knapenvereniging een busreisje maakten, was er voor iedere knaap een beugelflesje Exota. Dat was ook lekker zoet en het prikkelde haast nog meer. En het was er in verschillende kleuren. Onvoorstelbaar vond ik het dat sommige van de jongens hun flesje gingen schudden om dan de beugeldop los te wippen. Hun Exota spoot dan in het rond.

Koelkast

Koelkasten waren er niet in die tijd. De melk moest op tijd gekookt worden om zuur worden te voorkomen. En het vlees moest na aankoop ook wel rap gebraden worden. Er was een kelder, onder de trap. Dat heette de koelste plek in huis te zijn. Mijn vader had daar ook een kist getimmerd voor de wintervoorraad aardappelen. En de pot met zuurkool stond daar. Ik denk dat ik veertien of vijftien was toen ik voor het eerst bij familie waar ik op visite was Sisi uit een koelkast kreeg.

Kolen

De kachel brandde op kolen, antraciet. Gedurende de zomermaanden bracht de kolenboer elke week een zak kolen, zodat tegen de winter de voorraad in de kolenkist in de schuur voorlopig toereikend zou zijn. 's Zomers waren de kolen wat goedkoper dan 's winters. In het voorjaar, bij de schoonmaak, ging de kachel naar zolder. Voor nood, als het toch nog koud zou zijn, hadden we een elektrisch straalkacheltje. In het najaar, daar stond een bepaalde datum voor, kwam de kachel weer terug in de woonkamer. Ik heb vaak kolen geschept in de schuur. In het donker ben ik daar ook vaak bang geweest.

Luistergeld

We hadden luistergeld, later werd dat kijk- en luistergeld, nog veel later omroepbijdrage. Het was een soort belasting die je moest betalen als je een radio had, of een televisie. Er waren controleurs die op adressen waar die belasting niet werd betaald kwamen controleren of er echt geen ontvanger in huis was.

Draadomroep

Wij hadden draadomroep. Dat was kant en klaar: knop op 'Aan' en de luidspreker speelde. Er waren een paar zenders, denk ik, niet veel. Wij gebruikten de radio vooral voor het nieuws. En 's morgens om 06.40 uur en ook tussen de middag voor de berichten voor land- en tuinbouw. 's Morgens vroeg was er ook de weersverwachting op dicteersnelheid. En één of twee keer in de week was er een 'hoorspel' voor de kinderen. Op een keer ging de draadomroep er bij ons uit en kochten mijn ouders een kleine Philips radio. Als je die aanzette, duurde het zeker een minuut voor er geluid uit kwam. De 'buizen' hadden tijd nodig om warm te worden.

Snackbar

Bij ons in de straat was een halletje met loketkluisjes voor kroketten en meer dergelijke snacks. Je ziet die automaten nog wel in snackbars en op stations. Ik herinner me niet dat het een snackbar was zoals we die nu kennen. Je moest je snack na inworp van muntgeld uit de muur trekken. Wij hadden daar niets te zoeken. Je daar op te houden kon je bovendien in contact brengen met goddelozen. Op Nieuwjaarsdag echter konden we ons niet inhouden. We verzamelden de kartonnen schoteltjes die ter plekke rondom lagen. Wie er het meeste vond. Daar ging het om.

Bioscoop

De plaatselijke bioscoop, waar ik nooit heen geweest ben, was zo'n beetje het summum van goddeloosheid. Als kind van God had je daar niets te zoeken en het was allemaal vuiligheid wat daar getoond werd.

Katholiek

Er woonde een katholiek gezin tegenover ons in de straat. We werden gewaarschuwd voor de kinderen uit dat gezin, die gelukkig een eigen school hadden. We moesten maar niet met hen omgaan. De paapse mis, waarvan we als kinderen geen idee hadden, was immers een vervloekte afgoderij!

Knuffel

Bij mijn kleinkinderen zie ik nogal wat knuffels, die bij sommigen tot in de puberteit meegaan op vakantie. Ik kan me niet herinneren ooit een knuffel gehad te hebben. Misschien was dat nog niet, in die tijd. Er was zoveel niet. Plastic speelgoed bijvoorbeeld. Lego, Playmobil: we kenden het niet. Wel mochten we om beurten bij mijn vader op schoot als er uit de kinderbijbel werd voorgelezen. Dan rook je de tabak in zijn kleren. Het waren momentjes van veiligheid.

Hoover

We kregen op en keer een wasmachine. Het was een vierkante Hoover. Je deed er heet water en zeep in en de was natuurlijk en zette hem aan. Hij liet de was in de machine ronddraaien. Meer niet. De wringer bleef nodig. Gelukkig had mijn vader een degelijke waslijn gemaakt van ijzerdraad aan door hemzelf gegoten betonnen palen.

Bakkers

Er waren niet alleen meer kleine kruidenierswinkeltjes, maar ook meer bakkers en slagers. Bij ons in de straat waren er binnen een halve kilometer bijvoorbeeld drie bakkerijen met winkel. Iedere bakkerij bakte het eigen brood en maakte de eigen lekkernijen als gebak en bonbons. Als er te weinig brood in huis was, ging ik om zeven uur 's morgens wel naar de bakkerij om nog warm vers brood te halen. Toen ik 12 of 13 was werkte ik in de vakantie bij één van de bakkers in onze straat. Allerlei klusjes deed ik. Het brood dat uit de oven kwam moest bevochtigd. Er moest slagroom geklopt. Die kwam overigens uit literflessen. Bonbons moesten door de vloeibare chocolade gehaald worden. Korte tijd later ging ik er met de mandfiets op uit om te bezorgen. Ik kon die fiets met lading voorin nauwelijks baas en ben wel eens in de berm geland.

Bonbons

Die bonbons werden in de kelder opgeslagen. Daar ook werden ze op schalen gestapeld voor ze naar de winkel gebracht werden. In die kelder heb ik tijdens al dat stapelen wel eens net zoveel bonbons gesnoept als ik lustte. Dat zal de bedoeling niet zijn geweest, denk ik nu.

Stoplichten

Vlak buiten onze straat waren verschillende fabrieken, met name voor sigaren en wol. Rond de middagpauze en 's middags na werktijd was er nogal wat vooral fietsverkeer op het kruispunt van onze straat en de Spoorlaan en Kerkewijk. Daar kwamen op een keer stoplichten, de eerste in Veenendaal. Tegen de tijd dat de drukte begon kwam er een agent om de installatie in te schakelen en hij bleef erbij om toe te zien en soms in te grijpen, tot de drukte voorbij was. Hij had een knop in de schakelkast die hij indrukte om het verkeer van dat moment langer groen licht te geven. Ik was als kind vaak van de partij en kwam door mijn toezien wel eens te laat voor het eten.

Gymnastiek

Op school ben ik nooit goed geweest in 'lichamelijke opvoeding'. Ik voetbalde niet, zakte qua houding wat voorover, waarvoor fysiotherapie niet hielp, en ik was denk ik lichamelijk minder sterk dan leeftijdgenoten. Er moesten nogal eens partijen gekozen worden voor bijvoorbeeld een balspel. Ik was steevast één van de laatsten die gekozen werd. Ik wist niet beter en ik begreep het ook wel. En ach, leuk was het niet.

Voetbal

Voor schooltijd en in het speelkwartier voetbalden de jongens. Ik niet. Ik zag geloof ik geen nut in het achter een bal aan hollen. Maar ik stond er bij de jongens ook buiten. 'Slome' werd ik genoemd. Ik denk dat ik nooit snel ben geweest. We hebben een bepaalde tijd hier op aarde en ik heb geen haast tot nu toe om die tijd achter me te laten. De school leerde me dat tekenen en handenarbeid niet mijn ding waren. Eigenlijk was ik een beetje een minkukel, al ging het leren op zich me niet slecht af. Mijn gevoelens van kleinheid compenseerde ik met fantasieën van grootheid, die van onmacht met fantasieën van macht. Mijn gekwetstheid drukte ik de kop in met agressieve fantasieën. Ik hield me in.

Fantasie

Ik denk dat alleen mensen de gave van fantasie hebben. Fantasie kan me invoeren in een betere wereld. Het kan me ook weerhouden van destructie. Intermenselijk verkeer is complex en je gekwetst voelen kan oorlog in het klein uitlokken. Niet alles kan uitgepraat worden en niet iedereen is tot uitpraten in staat. Soms zou ik iemand wel wat aan kunnen doen. Fantasie biedt de optie om daarin schade te voorkomen. Het kan helpen de eigen gevoelens in balans te brengen. In fantasie kan ik kwijt wat beter geen vrije uitweg krijgt.

Godsdienstonderwijs

Ik was sterk in godsdienstonderwijs. Dat beperkte zich overigens tot het christendom. Op dat vak haalde ik de hoogste cijfers. Ook veel later, op de Christelijke Kweekschool op de Veluwe, was bijbelkennis mijn sterkste vak. Ik heb daar nog altijd profijt van.

- Woord van God

De bijbel heette het Woord van God. Ook andere religies hebben hun geschriften die worden toegeschreven aan God of godsprofeten. Er zijn vaak overeenkomsten, maar ook verschillen. Godsdiensten hebben in hun geschriften vaak voortgeborduurd op oeroude overleveringen. Die kregen zo diverse nieuwe jasjes.

- Goed en kwaad

De bijbel heeft ook mij lessen geleerd. Die gaan vooral over goed en kwaad en over liefde en haat. Dat zijn de energieën die het leven instandhouden doordat ze polair zijn, zodat zonder de ene pool de andere niet kan bestaan. Zonder kwaad geen goed en zonder haat geen liefde. Daar moeten we het mee doen. Uit het spanningsveld tussen deze polen ontwikkelt zich alles.

- Circulair

Naast onderworpen aan het spanningsveld van polaire krachten functioneert de wereld, zoals zij zich aan ons voordoet, ook circulair. Ik bedoel daarmee iets anders dan de recyclingtendenzen van deze tijd. De zon komt op in het oosten om in het westen onder te gaan. Licht en donker wisselen elkaar af. Water verdampt uit zeeën en oceanen, stijgt naar de hemel op vanwaar het als regen weer terugvloeit naar waar het vandaan kwam. In het voorjaar wordt alles groen om in het najaar terug te keren naar waar de cyclus begon. Zodra die cirkel rond is, zie je de knoppen al die wachten op het nieuwe voorjaar. Soms denk ik dat we als mens zelf ook deel uitmaken van zo'n circulair proces. Dat we misschien ook opnieuw geboren zullen worden. Het zou voor mij passen in hoe de wereld zich voor ons ontvouwt.

Televisie

In Nederland begon de televisie rond 1955. Vanaf 1960 werd er elke avond uitgezonden. In die vijftiger jaren hadden maar weinigen een televisie. Bij ons in de straat waren er twee. Op zaterdagmiddag en op woensdagmiddag waren er uitzendingen voor de kinderen. Voor de voordeur van die twee huizen met televisie stonden dan talloze kinderschoenen. De meubels werden opzij geschoven en op de vloer zittend keken we naar onder andere 'De verrekijker'. Zwart-wit natuurlijk en het beeld ging nog wel eens 'lopen'. Er moest geregeld iemand aan de knoppen bijstellen in die tijd. De televisie was toen veel rustiger. In de aanloop naar een uitzending zag je een klok en hoorde je rustige muziek. Of je zag een vermelding van wat er aanstonds uitgezonden zou worden. En 'Even geduld a.u.b.' als er weer eens wat mis ging. Het jachtige van de tv van nu was er niet. Er was gewoon tijd, terwijl nu tijd alleen maar geld lijkt te zijn geworden en elke seconde moet worden uitgebuit.

Auto's

Langzaam verschenen er auto's in het straatbeeld. In een straat verderop had iemand een auto. De politie had een auto. Twee huizen verderop werd er in grind gehandeld. Daar kwam soms een vrachtauto. En later had zelfs de buurman, die een groothandel in stoffen had, er één. De buurjongen aan de andere kant vertrouwde me ooit toe dat zijn ouders hoopten ooit ook een klein autootje te kunnen kopen. In elk geval: je keek een auto na tot hij uit zicht verdween.

Kinderfietsje

Ik heb geen kinderfietsje gehad. Mijn vader verdikte de trappers van mijn eerste fiets met houten blokjes, zodat ik erbij zou kunnen. Ik vond fietsen mooi en kon er mijn energie in kwijt. Ik fietste soms erg hard, om gezien te worden en om m'n hormonen te kalmeren.

- Zondagsrust

Op zondag mochten we niet fietsen. Dat werd uitgelegd in het kader van zondagsrust. Als je fiets kapot zou gaan, of als je een ongeluk zou krijgen, zou er misschien een ander voor je op zondag moeten werken. En dat was juist de bedoeling niet.

- Zondagsrust (2)

Ik moest ooit op een zondag rond het middaguur op pad om bij buren verderop in de (Dijk)straat de dokter te bellen voor een ziek broertje. Ik moest snel zijn, had ik begrepen. Het gezin daar zat aan tafel en werd door mijn binnenkomst gestoord. Toen ik zei waar ik voor kwam, werd er gezegd dat de telefoon op zondag niet mocht worden gebruikt. Ik moest aandringen om bij wijze van uitzondering toch te mogen bellen. Dat je via een telefoniste moest bellen, heb ik alleen later, in mijn militaire diensttijd meegemaakt.

- Boerderij

Oom Kees had een boerderij. Hij was altijd vroeg aan het werk. Noodzakelijk werk op de boerderij was toegestaan. Voor kerktijd moest hij onder andere de koeien melken. Dat gebeurde altijd met de hand. Hij woonde drie, misschien vier kilometer van de kerk. Hij kwam vaak op de fiets. Die zette hij altijd op hetzelfde plekje, zo'n honderd meter verwijderd van de kerk. Die laatste meters liep hij.

- Snoep

Soms zat ik in de kerk in de bank van mijn opa. De kerk kende vaste plaatsen, waar ook voor betaald werd. Er waren nog kinderen bij opa in huis. Die hadden eigen geld en trakteerden in de kerk geregeld op snoep. Dat was aangename afleiding en hielp om dieper weg te vluchten in mijn fantasiewereld.

Doof

Opoe zat twee rijen voor ons in de kerk. Ze was slechthorend geworden. Ze had een kastje met een draaiknop naast haar psalmboek. Daar zat een snoer aan dat naar een stok ging waaraan een soort koptelefoon voor één oor was bevestigd. Die drukte ze met die stok tegen haar oor. De verbinding was helaas niet altijd goed.

- Dichte kerk

Kerken zijn meestal dicht, op die in de provincie Groningen na. In de jaren waarin ik tijdens het middagslaapje van mijn vader vaak een wandeling maakte, heb ik herhaaldelijk voor de kerk gestaan waarin ik ben opgegroeid. Ik had graag nog eens binnen gekeken, temeer omdat ik nog wel eens gedroomd had over dat gebouw. Maar het hek belette me om het gebouw zelfs maar te benaderen. Een sleuteladres vond ik niet. Ik vond het jammer.

- Droom

In mijn droom was ik in 'mijn' kerk terug. De vloer golfde en de muren wankelden. Zo zou een aardbeving kunnen zijn. Verbaasd realiseerde ik me geen angst te voelen in het instortende bouwwerk. Na die droom heb ik altijd beseft iets verloren te hebben, het bouwwerk kwijt te zijn. Misschien is het ook goed dat de deuren voor me gesloten blijven.

- Oneindige ruimte

Zoals in die droom was het ook echt. Het bouwwerk van mijn geloof wankelde. Het stond op instorten. De aloude waarheden hadden bij mij hun tijd gehad. En met het instorten van het gebouw kreeg ik meer de hemel in zicht, de oneindige ruimte, vrij van dogma's en andere vastigheden.

- Wat bleef

Wat bleef was het besef van een macht of kracht die groter moet zijn dan ik kan bevatten. Ik geloof niet, maar ik kan niet geloven dat zo'n macht niet zou bestaan. Alles in me en om me heen wijst ernaar. Alleen, mijn godsbeeld ligt nu open: ik weet het niet. En ik ben benieuwd.

- Aangezet

Natuurlijk, het zou kunnen dat ik als mens op een keer, bijvoorbeeld bij mijn geboorte, ben 'aangezet'. En dat ik zo op een keer ook zal worden 'uitgezet'. En dat dat 'het' dan was, het leven. Dat er verder alleen maar eeuwig niets zal zijn. Waarvan ik dan dus geen weet zal hebben. Het zou me verbazen als zo'n geloof het ware zou blijken te zijn.

- Nieuwe lessen

Ik geloof dat ik leef om te groeien, om me te ontwikkelen, om te leren wat belangrijk is en wat alleen belangrijk lijkt. Om te kiezen en op een keuze terug te komen, altijd weer. Dat het hogere, dat ik vermoed, dat proces zomaar zou laten stoppen, lijkt me niet logisch. Wie weet word ik na mijn dood gewoon opnieuw geboren om nieuwe lessen te leren. Wie weet is leven een leerschool waarvan je alle klassen doorloopt.

- Vreselijk

Over dat idee, dat we als mens misschien wel meer levens leven, heb ik mijn moeder wel eens gesproken. Ze zuchtte diep. 'Dat zou ik vreselijk vinden', zei ze, 'want dit ene leven is mij al meer dan zwaar genoeg.'

- Heel misschien

Nee, ik weet het niet of ik alleen maar ben 'aangezet' en zo op een keer ook zal worden 'uitgezet'. Of dat er iets waar zal blijken te zijn van de vermoedens die ik over het hogere heb. Of dat heel misschien het geloof dat ik verloor toch het ware zal blijken te zijn. Ik hoef het niet te weten. Niet meer. Dat mij mijn leven achteraf kwalijk genomen zal worden, dat geloof ik niet. Ik was alleen maar die ik was.

- Levensovertuiging

'Levensovertuiging' vind ik een vreemd woord. Het staat voor mij voor hoe ik het leven zie en hoe ik erin sta. Dat kan in mijn ervaring geen statisch gebeuren zijn, maar is niets anders dan een proces. Soms denk ik dat sommigen dat eigen proces toch proberen te bevriezen door steeds dezelfde woorden te herhalen. Een proces heeft die herhaling minder nodig.

- Bekering

En die bekering dan? Die zie ik ook als een proces. Ieder mens zal in het reine moeten komen met het eigen kwaad. Kwaad kan niet geëlimineerd worden, want het goede bestaat nu eenmaal bij de gratie van het kwaad. Kwade keuzes zullen nodig zijn om tot goede keuzes te kunnen geraken. Wie het kwaad niet in zich toelaat, zal niet in staat blijken tot het goede.

- Zwak

Dat is een zwakte van het christendom: het willen elimineren van het kwaad. Alles in het mensenleven wat wordt verstikt, zal groter worden en zich tegen je keren. Slechts op één manier is er vrije keuze voor het goede: als je ruimte biedt aan het kwaad in jezelf. Als je het onder ogen ziet, als het er is. Als je er soms ook door verslagen wordt en daar pijn aan lijdt. Pas dan verwerf je echte ruimte voor goede keuzes. Zo werkt het nu eenmaal. Met vallen en opstaan.

Knittax

De Knittax was een breimachine, een misschien wel anderhalve meter lang apparaat. Het was gekocht door mijn moeder en haar zussen samen. Ieder had het om beurten in huis. Het werd vervoerd in de originele doos, op de fiets. Ik heb er heel wat keren mee gezeuld.

Back-up

Mijn opoe was een soort back-up voor mijn moeder. Opoe fietste niet, ze kwam altijd lopend. Ze verstelde kleding, breide sokken, hield zich bezig met de was en was er zo nodig bijna de hele dag. Grootouders zagen er in die tijd nog als oude mensen uit. Opoes kleding was meestal zwart.

Vooruitgang

Mijn moeder streefde naar vooruitgang, mijn vader was op zich tevreden met wat hij had en paste zich daaraan aan. Ons huurhuis zou verruild worden voor een koophuis. Een oud huis aan de bosrand zou het worden. En toen de koop toch nog afketste, was er even verdriet. Ik denk dat vooral mijn vader geloofde dat de Here wat beters voor ons in petto had en dat leek al snel ook waarheid te worden. Mijn vader kocht ons huis aan de Dijkstraat, een huis dat, zo begreep ik, veel beter was dan dat aan de bosrand.

Niet meer

Het huis is er niet meer. Het huis aan de Patrimoniumlaan is al heel veel eerder gesloopt. Ik heb hele straten gebouwd en ook weer gesloopt zien worden. Zo vast als een huis? Toen ik zes was ging ik naar de school aan het Bruïneplein. Dat was nieuwbouw en de school werd op mijn eerste schooldag geopend. Die school maakte alweer vele jaren geleden plaats voor twee supermarkten.

Meisjes

Ik was op de fiets op pad, samen met mijn moeder. 'De meisjes kijken naar je', zei ze op een bepaald moment. Dat was me niet opgevallen. En ik kon het moeilijk geloven. Volgens mijn moeder was ik bezig een leuke jongen te worden. Het was de enige keer dat ik dat van haar hoorde. Het bezorgde me een gevoel van lichtheid.

Waterink

Ik begon seksuele gevoelens te krijgen. Ik kon het alleen nog niet thuisbrengen. Ik kreeg oog voor meisjes en was tegelijk bang voor ze. Op een dag reikte mijn moeder mij een bijlage uit een boek over seksuologie door professor Waterink aan, om te lezen. Ik begreep toen lang alles nog niet, maar de materie boeide zozeer dat ik op zoek ging naar het boek waar dit kleine boekje bij hoorde. Ik vond het min of meer verstopt in de kledingkast op de slaapkamer van mijn ouders.

Waterink-2

Dat boekje is me op één punt bijgebleven. Waterink legde uit wat zelfbevrediging is en ook dat dat niet de bedoeling was, ook niet de bedoeling van God. Seks was iets om te beleven als man en vrouw en dat dan binnen het kader van het huwelijk. Zelfbevrediging zou ook niet goed voor de gezondheid zijn. Beter was om te gaan sporten. Seks werd voor mij daarmee naar de toekomst doorgeschoven en dat strookte op een bepaald moment niet meer met mijn sterker wordende gevoelens. Waterinks ideeën over zelfbevrediging hebben een zwaar stempel gedrukt op de latere jaren in mijn leven. Wat heb ik me schuldig gevoeld over wat normaal en gezond had mogen zijn!


Pagina geschreven 27-7-2021 tot 16-9-2021.