Achter de ondergaande zon

Okavangodelta, 20-10-2012

Het is 14 januari. Ik leg mijn hand op zijn hoofd, waarin zoveel beelden, gedachten en ervaringen als herinneringen zijn opgeslagen. Ik zou ze willen kopiëren, om ze door de tijd nog in te kunnen zien. Tegelijk weet ik hoeveel menselijks ook zo persoonlijk is, dat geen ander het zal kunnen bevatten. Hoe uniek zijn wij! En ik besef dat met mijn vader ook dit alles van het levenstoneel gaat verdwijnen. Dit voorheen krachtige lichaam met heel z'n verleden, altijd bereid om daadwerkelijk in te springen. Deze handen, die een leven lang werk verzet hebben. Die ook mij gedragen en opgevangen hebben. Deze man, mijn vader, die altijd deed wat hij kon doen. Die ons levenslessen leerde.

Te weten los te moeten laten, hij en ik. In hoeverre hij dat nu zelf nog beseft, weten we niet. Wel gebeurt er af en toe iets, maakt hij geluid en licht zijn gelaat op. Het is als een hunkering, alsof hij met zijn blinde ogen al iets ziet van het Licht achter de ondergaande zon. Met zijn laatste ademtocht zal alles in hem volle vrijheid vinden en uitvloeien in wat ik 'het Al' noem, het grotere wat ik niet bevatten kan en die hij eenvoudig 'zijn Vader' noemt. Zijn vader, voor wie hij niet bang is, zoveel heeft hij ons wel duidelijk gemaakt. Het zoeken naar houvast, zijn donkere bril, de zakdoek in z'n borstzakje, het valt allemaal weg nu. Zijn ziel is bezig met de laatste losmaking. Ik zie een geboorte, zo lijkt het. Leven dat ruimte zoekt en zich daartoe door de nauwte wringt. Zoals dat leven eigen is.

Pagina geschreven 15-1-2020.