De bron

Wie is God? Wat hebben we als mens om het goddelijke te kennen? We hebben alles en tegelijk niets. Sommigen ervaren God in het eigen innerlijk en komen van daaruit tot goede gedachten en daden. Anderen komen vanuit dezelfde bron tot kwaad. Laat ik voor mezelf spreken. Om een glimp van het goddelijke op te kunnen vangen, moet ik bij mezelf komen, naar binnen kijken en naar buiten kijken, tot rust komen. In de verlatenheid en stilte is het dat het goddelijke soms in mij spreekt. Ja, ik weet: mijn moeder waarschuwde me tegen mezelf. Ik zou zomaar een duivel kunnen horen. Maar ik zie geen onderscheid meer. Misschien juist dankzij mijn moeder, die het goede met me voorhad, maar leefde met een verwrongen geloofsbeeld. Wat had ik haar overigens beter gegund. En wat heb ik daartoe gebeden! Goed en kwaad komen in mijn beleving voort uit dezelfde bron. Dat wat gevoed wordt, zal het sterkste worden. De hele wording van al wat is is gebaseerd op het spanningsveld tussen goed en kwaad. Er zijn geen twee goden, een goede en een kwade. Slechts in onderlinge samenspraak brengen beide energiekanalen gedachten en daden voort. Zo zie ik het. Dat betekent niet dat ik gelijk heb. De waarheid kan voor mij verborgen zijn, dat besef ik.

Bijzonder, als ik wil schrijven over kennen van God, begin ik met goed en kwaad. Ze zijn aan elkaar verbonden en zonder de ene kan de andere niet bestaan. Zoals alles in de natuur en in het mensenleven bestaat uit polen, tegengesteld geladen krachten die elkaar aantrekken. We moeten dus goed en kwaad in onszelf kennen om God te kennen. Dat vermoed ik. Nu is het voor de meeste mensen niet zo moeilijk omgaan met het goede in zichzelf. Het probleem zit 'm in het kwaad. Wat zie ik een afweermechanismes om daar niet aan toe te komen, om dat buiten de deur te houden. Maar helaas, alles wat afgeweerd wordt, keert zich vroeger of later tegen je omdat het zal groeien tegen alle afweer in. Slechts wie het eigen kwaad met mededogen onder ogen ziet, ontdekt de dimensie die ruimte biedt aan en leert inspelen op het eigen kwaad. Want met het smoren van het kwaad komt ook het goede in de verdrukking. Persoonlijk ervaar ik het vermogen tot fantaseren als een goede manier om mijn kwade impulsen te kanaliseren. Het zou kunnen dat het bij meer mensen zo werken kan.

God kennen. Ik spreek liever van het goddelijke kennen. God klinkt te veel als zijnde een persoon. Het goddelijke is geen persoon, het is al in Al. In alles is God en alles is God. Ik kan het niet anders zien. Ja, de zoon van God, Jezus ... Ik vraag me af wat hij zelf zou zeggen over de verering en verheerlijking die hem in het christendom ten deel valt. Het zou natuurlijk waar kunnen zijn: het construct van het christendom. Zo zou het in elkaar kunnen steken. Probleem voor mij is dat ik dat niet meer tot eenheid kan brengen met mezelf, met mijn innerlijk, de plaats waar ik het goddelijke soms ervaar. Jezus van Nazareth is voor christenen de voorbeeldmens in wie we het goddelijke kunnen kennen. Ook ik zie God in vele verhalen van en over Jezus, maar ik geloof meer dat wij allen zonen en dochters van het goddelijke zijn. Ik ben soms bang dat het blijven hangen in de Jezusverering christenen af kan houden van het nemen van de verantwoordelijkheden die we als mensen gekregen hebben.

Gods woord, de bijbel dan? Gaande de vierde eeuw van onze jaartelling heeft aartsbisschop Athanasius vastgesteld welke geschriften uit vroeger tijd van God kwamen en welke niet. Het zou kunnen dat God in die schifting zelf de hand had natuurlijk, maar ik geloof meer dat in geschriften van alle tijden, ook van na bisschop Athanasius, woorden van God gevonden kunnen worden. Ik geloof niet dat de openbaring gestopt is of stoppen zal. Dat maakt het kennen van het goddelijke er niet eenvoudiger op. God is geen vaststaand, zij het veelzijdig concept. Het goddelijke kan slechts individueel gevonden worden in flitsen van inzicht, momenten van klaarheid, nu hier, dan daar en heel soms bij mij. Daarbij speelt het belang niet te zeer te zoeken, want zoeken en vinden verhouden zich zomaar omgekeerd evenredig. Dat is althans mijn ervaring. Het gaat meer om ruimte hebben, je openstellen, er klaar voor zijn, er consequenties uit te willen trekken. Daar ligt de bron waaruit het goede komt.


Pagina geschreven 13-4-2020.